Leesclub: “La Peste” van Albert Camus

Gisteren kwamen alweer vijf leraars – nu ja, directie telt bij deze als leraar – en één leerlinge bij elkaar om zich te buigen over het Franse meesterwerk der literatuur “La Peste”. De meesten gaven het van in het begin grif toe: ze hadden het nog niet helemaal uitgelezen. En dat zette meteen de toon: “La Peste” is niet een simpel boekje dat je even tussendoor leest. Het lijkt dan wel bedrieglijk dun, maar je moet echt de tijd nemen om het te lezen. Na quasi elke zin – of je het nu in het originele Frans van 1947 leest, of in een Nederlandse vertaling – moet je even stilstaan bij wat er nu precies gezegd werd.

De samenvatting is nochtans vrij eenvoudig: de Algerijnse stad Oran wordt getroffen door de pest. In het begin sterven enkel ratten, en trekt niemand aan de alarmbel. Wanneer ook mensen beginnen te sterven, wordt de stad in quarantaine geplaatst, met alle gevolgen vandien. De schrijver schetst een aantal personages, met als rode draad de dokter Rieux. Elk van deze personages heeft eigen motieven. Ook de stad zelf speelt een belangrijke rol. Pas na maanden van angst, onzekerheid, troosteloosheid, wanhoop, en ontelbare doden wijkt de pest terug, en kan de stad opnieuw vrij ademen.

Overbekend zijn de passages waarin de priester Paneloux preekt tegen zijn parochianen. Het verschil in toon tussen de eerste en de tweede preek zegt heel veel over de evolutie van de inwoners. Camus was heel duidelijk atheïst, en laat dat ook merken.

Waar we het niet helemaal over eens waren, is de algemene toon van het boek. Het was wel duidelijk dat Camus de pest bedoelde als allegorie voor de oorlog, met zowel degenen die wanhopig proberen vluchten, als collaborateurs en verzetsstrijders. Maar wie wil, kan er ook gerust de strijd tegen racisme in lezen, of tegen terreur.

Alleen was het niet voor iedereen duidelijk dat de existentialist Camus een hoopvolle boodschap wilde meegeven, zoals hij zelf ooit in een interview beweerde. Waar de enen onder ons inderdaad tussen de regels lazen dat er altijd verzet zal zijn, altijd mensen die niet opgeven, vonden anderen dat de gelatenheid, de troosteloosheid, ja zelfs wanhoop primeerde. Of hoe moet je anders de laatste paragraaf lezen, waarin Camus stelt dat de pest nooit helemaal verdwijnt, dat ze altijd ergens sluimert en opnieuw onverwacht kan opduiken?

Eén en ander leidde tot een geanimeerde discussie. Verrassend was dan wel weer het feit dat sommigen zich echt door het boek hadden moeten worstelen, terwijl de jongste onder ons, toch een leerlinge uit het vijfde, het boek bijzonder aangenaam om te lezen had gevonden.

Een ding konden we wel allemaal beamen: het boek is terecht een meesterwerk, en we waren blij dat we het (nog eens) gelezen hadden.

Het volgende boek, of liever gezegd, twee kleine boekjes worden besproken halfweg mei:  Echt van Guillaume Van der Stichelen en Dankbaarheid van Oliver Sacks. Oorspronkelijk was dinsdag 16 mei 2017 gegeven als datum, maar misschien verzetten we het naar de donderdag, zodat ook anderen kunnen aanwezig zijn.

Verder ook nog een oproep: we zouden graag voor de grote vakantie – extra leestijd! – de titels voor volgend jaar al vastleggen. Wat zou u graag besproken zien? Dat mogen literatuurklassiekers zijn, maar evengoed young adult boeken, hele recente dingen, of iets dat u gewoon erg graag gelezen heeft. Stuur uw inzending naar dit adres, en we leggen het in mei voor aan de hele groep.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.