Nederlands

Dit is een vak van de basisvorming in alle jaren.

Nederlands in de eerste graad.

Voor het vak Nederlands gebruiken we in de eerste graad de methode Campus Nederlands Plus.

Tijdens de lessen Nederlands ligt de focus vooral op de vaardigheden. Lezen, kijken en luisteren, spreken en schrijven zijn de basis van communicatie en vormen dus de bouwstenen van het vak. Deze vaardigheden worden zowel productief als interactief behandeld. In grotere taaltaken komen echte, realistische taalsituaties aan bod.
Literatuur is een nieuwe component binnen de taal. Zo werken we aan poëzie, literaire teksten en verhalen.

Het vak Nederlands vormt een belangrijke schakel in het onderwijs, gezien het alle vakken met elkaar verbindt.

Onderstaande beelden komen uit een les over verschillende types vragen.

Nederlands in de tweede graad.

In het derde jaar wordt er voortgewerkt met het leerwerkboek Campus, in navolging van de eerste graad.  Vanaf het vierde jaar is er een eigen cursus, net zoals in de derde graad.

Er komen heel wat tekstsoorten aan bod, zoals de oude sprookjes, mythen en fabels.  Maar ook de historische roman of de graphic novel staan op het programma.   En in het vierde jaar passeren de eerste kunststromingen de revue.  Er is ook tijd en ruimte om af en toe samen te lezen in de klas, zowel in het derde als in het vierde jaar lezen leerlingen allemaal samen eenzelfde boek.

Daarnaast wordt ingezet op het verruimen van de woordenschat en het krijgen van meer inzicht in de taal, om bijvoorbeeld zelf betere en gevarieerde zinnen te leren vormen.

Zoals in de eerste graad blijft er aandacht voor de vaardigheden:  spreken, luisteren, schrijven en lezen.  De strategieën worden beetje bij beetje uitgediept en er worden nieuwe strategieën aangereikt.  De lezersbrief, een probleemstructuur, een sollicitatiemail zijn maar enkele voorbeelden van het gevarieerde aanbod.

Onderstaande beelden komen uit een les in het derde jaar rond gedichten over sprookjes.

Nederlands in de derde graad.

In de derde graad werken we met een eigen cursus i.p.v. met een leerwerkboek, aangevuld met het bronnenboek Karakters.

In het vijfde jaar keren we terug in de tijd en laten we de leerlingen proeven van Middelnederlandse teksten en staan we stil bij een aantal tradities uit onze cultuur.  In het zesde jaar starten we in de 19de eeuw en werpen we samen ons licht over teksten uit recentere tijden.

Daarnaast proberen we ons inzicht in taal en onze woordenschatkennis te verfijnen.  Leerlingen zetten ook hun eerste stapjes in de taalwetenschap.

Een groot deel van de tijd wordt nog altijd besteed aan de vaardigheden.  De oefeningen worden vaak wat complexer en / of langer, om goed voorbereid aan de start van het hoger onderwijs te staan.  Leerlingen oefenen vaardigheden zoals samenvatten of goed onderbouwde argumenten vormen om te overtuigen meermaals in.  En zo debatteren we bijvoorbeeld in het vijfde jaar en speechen de zesdejaars op het einde van hun carrière bij ons op school.

Onderstaande beelden komen uit een les rond commedia dell’arte in het vijfde jaar.