Studierichtingen eerste jaar

Het GO! atheneum Mariakerke is een ASO-school: dat wil zeggen dat wij enkel een A-stroom aanbieden. Naast de basisvorming van 27 lesuren zijn er 5 uren “vrije ruimte”. Deze vrije ruimte vullen we in door het inrichten van modules. Deze modules worden in het eerste jaar halfjaarlijks, voor 2×2 lesuren per week, gegeven.

We vinden het als school belangrijk dat de leerlingen de overstap van de basisschool vlot verwerken en goed georiënteerd de tweede graad kunnen aanvatten, vandaar dat we in de eerst graad de leerlingen nog geen definitieve studiekeuze laten maken. We willen samen met hen hun talenten ontdekken en mits een doordachte studiekeuzebegeleiding hun zelfbewustzijn mee ontplooien.

 

Eerste graad: talenten ontdekken

Per graad willen we de klemtoon leggen op talenten: in de eerste graad willen we meer inzetten op talenten ontdekken.

Naast de basisvorming van 27 lesuren, bieden we 5 uren complementair aan. Van deze 5 uren zijn er 4 uren door de leerling vrij te kiezen en wordt 1 uur ingevuld door de school. De modules (keuze voor 4 uren) die we aanbieden sedert het schooljaar 2016-2017 blijven we behouden. Meer nog, vanaf het schooljaar 2018-2019 breiden we het aanbod uit. Bij deze uitbreiding beklemtonen we nog meer de accenten en de visie van onze school in het kader van duurzaamheid (groene omgeving, werken aan relaties en zorg). Het vijfde complementaire uur werken alle leerlingen van het eerste jaar aan leersleutels. In dit uur zal de leerlingenbegeleiding deels werken aan leren leren, leren plannen en leren kiezen in het teken van onderwijsloopbaanbegeleiding. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan burgerschap en hoe we samen in het leven staan.

Zoals voorheen zetten we in op een aangepast en uitgebreid modulair studie-aanbod met een brede eerste graad. Het is dus de bedoeling dat de leerlingen kunnen proeven van verschillende vakgebieden voor ze hun studiekeuze bepalen.

Om dit te realiseren maken we gebruik van vier complementaire uren in de lessentabellen van het eerste jaar. Deze splitsen we per semester op in modules van twee uur, waaruit de leerlingen kunnen kiezen op basis van hun interesse.

De belangrijkste voordelen ervan zijn:

  •  een tussenschakel te vormen tussen de basisschool en de tweede graad;
  • de oriëntering van leerlingen in functie van hun talenten en interesses met als doel de leerlingen goed georiënteerd de tweede graad te laten aanvangen. Dit verhoogt niet alleen het welbevinden. Er wordt ook een grotere leerwinst bekomen.
  • de leerlingen maken meer kans op het succesvol voltooien van hun studie;
  • de leerlingen bijstaan in het maken van bewuste keuzes voor hun verdere studies;
  • een boeiende en veilige leeromgeving aan te bieden.

Mochten we immers merken tijdens de klassenraden van december dat een leerling extra steun kan gebruiken voor taal of wiskunde, dan kan de klassenraad de leerling aanmoedigen om in het tweede semester de gekozen module niet te volgen maar wel de module W(iskunde)BOOST of T(aal)BOOST te volgen vanaf het tweede semester. Op die manier kan de leerling worden geremedieerd voor deze vakken.

Naast de vaste basisvorming krijgt elke klas een lesuur leersleutels. Volgende aspecten komen aan bod: leren leren, leefsleutels, actief burgerschap, leren kiezen en loopbaanbegeleiding.

Daarnaast heeft u de keuze tussen verschillende modules voor de resterende vier uur (alle modules in het keuzegedeelte worden permanent geëvalueerd):

  • Latijn 4u beide semesters
  • Latijn 2u beide semesters + module 1ste semester + module 2de semester (2 verschillende modules kiezen)
  • 2 modules 1ste semester + 2 modules 2de semester (4 verschillende modules kiezen). U heeft de keuze uit zeven verschillende modules, die verder op deze pagina toegelicht worden.
  1. cultuur en filosofie
  2. samenleven en ondernemen
  3. sport
  4. technologie en ict
  5. wetenschappen
  6. wiskunde anders bekeken
  7. ecologie en groenbeheer

De klassenraad kan in december de leerling doorverwijzen naar een remediëringsmodule in het tweede semester voor taal (TBOOST) of wiskunde (WBOOST) indien de leerling daar extra nood aan zou hebben. We voorzien 1 groep van maximaal 15 leerlingen. De remediëringsmodules worden in het tweede semester gegeven. Leerlingen kunnen voor deze modules niet kiezen in het eerste semester.

De module Ecologie en groenbeheer wordt enkel in het tweede semester ingericht voor maximaal 15 leerlingen.

 

 

  •  Latijn

De module Latijn wordt in twee vormen aangeboden: de klassieke vorm van vier uur per week, of een module van twee uur per week, in combinatie met een andere module. Op die manier kan uw kind zowel van het Latijn proeven, als van twee andere interessevelden. Wat de culturele achtergrond van uw kind ook is,  de module Latijn staat open voor iedereen. De enige vereisten zijn een brede interesse,  een goeie dosis doorzettingsvermogen en een gezonde portie nieuwsgierigheid.

Vanaf het tweede jaar kunnen de leerlingen dan voluit voor het Latijn gaan.  Wie de module van 2 uur heeft gevolgd en verder wil gaan met Latijn, krijgt in het tweede jaar extra ondersteuning om na het beperktere aanbod uit het eerste jaar bij te benen. Zo starten alle Latinisten in de tweede graad met dezelfde vaardigheden.

De module Latijn (4u/2u) heeft twee belangrijke onderdelen: de studie van een taal, het Latijn, en het bestuderen van de Romeinse cultuur en haar verspreiding. Eeuwenlang speelde Latijn een even grote rol als het Engels nu. De Romeinen hebben dan ook een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van de Europese beschaving. Daarom is het nog steeds nuttig en interessant om Latijn te leren.

Hoe gaan we te werk in deze module?

– Eerst en vooral is er de taalstudie: met heel toegankelijke, authentieke Latijnse tekstjes leert de leerling deze mooie taal kennen. Al gauw komt het inzicht dat ze anders te werk gaat dan het Nederlands. De Latijnse grammatica traint in logica, laat de student puzzelen met woorden en bevordert intensief het taalinzicht. Wie thuis is in de Latijnse taalstructuur, leert beter en sneller andere talen. De keuze Latijn-4u biedt hiervoor de sterkste start.

– De leerling bouwt een uitgebreide Latijnse woordenschat op en speelt met zinsvormen en woordsoorten. Omdat de Romaanse talen voortkomen uit het Latijn, wordt het voortaan gemakkelijker om Frans, maar ook bijvoorbeeld Spaans of Italiaans te  leren en te onthouden.  Bovendien stammen veel Engelse woorden van het Latijn. Daarnaast is het Nederlands eveneens rijk aan woorden met Latijnse roots: data, info, agenda, consensus, computer, incognito, transfer

– We focussen op de Romeinse en Griekse cultuur. Latijnse verhalen en boeiend beeldmateriaal introduceren de leerling in de wereld van de kunst, architectuur, archeologie en mythologie. Gevarieerde items komen aan bod: ‘Rome verovert en wordt een wereldrijk’, ‘De Romeinse stempel op het Europa in wording’, ‘School(?), vrije tijd en humor bij de Romeinen’, ‘Mythen en fabels’ …

We leggen steeds de link met onze eigen leefwereld en vinden verbanden tussen het heden en het verleden. De wortels van onze westerse cultuur liggen immers in de antieke wereld.

  • Cultuur en filosofie

Dit is een module voor leerlingen die graag creëren, inspireren en experimenteren. De leerlingen leren zichzelf, de anderen en de wereld op een creatief en filosofische manier kennen. Tijdens de lessen leren leerlingen onder andere hun inzicht vergroten, nadenken, een dialoog opbouwen en gesprekken vorm of richting geven, samenwerken en gemeenschappelijke doelen onderzoeken.

In deze module wordt dus zowel theoretisch als creatief gewerkt en zowel met taal als met cultuur en filosofie. Hiervoor werken onze leerkrachten kunstvakken samen met de collega’s van de taalvakken en eventueel met externe partners. Er kan een gevarieerd project worden uitgewerkt waarin de verschillende disciplines worden gecombineerd. Elk jaar kunnen we voor een nieuw project kiezen. Het kan gaan om het uitwerken van een tentoonstelling, een stadsproject, een klasblog, zolang het filosofisch aspect  er nauw bij betrokken wordt, zoals:

– wat betekent het een mens te zijn?
– wat betekent het man/vrouw te zijn?
– wat betekent het jong te zijn vroeger en nu?
– wat betekent het pijn te hebben?
– wat betekent het om een taal te spreken? Bijvoorbeeld: verschillende vormen van taal, culturele verschillen in taal, spelvormen, communicatie verbaal/ non-verbaal
– wat betekent het om mijzelf te zijn?

  • Samenleven en ondernemen

Deze module neemt de leerlingen mee op ontdekking over duurzame relaties tot het bedrijfsleven, terwijl het creatief ondernemen nooit veraf is. Door een variatie aan thema’s en werkvormen komen de leerlingen meer te weten over de economische wereld waar we deel van uit maken. Een uitdagende module met vele thema’s uit onze hedendaagse samenleving

In deze module kunnen de leerlingen bijvoorbeeld werken aan de volgende thema’s:

  • ondernemen: produceren, eerlijke handel, duurzame energie, een duurzaam personeelsbeleid, coöperatief ondernemen …
  • consumeren: de nadelen van onze wegwerpmaat-schappij, ‘consuminderen’, duurzame voeding, duurzame kledij, de ruileconomie, de deeleconomie …
  • transporteren: duurzame mobiliteit (ook in de steden), duurzaam reizen …
  • communiceren
  • samenleven via emancipatie: duurzaam samenleven door gelijkheid, met o.a. emancipatie van vrouwen, holebi’s, etnische minderheden, nieuwkomers, met aandacht voor emancipatiestrategieën (geweldloos verzet, stakingen, demonstraties enz. )
  • Sport

Dit is een module voor leerlingen met extra sportieve kriebels, want naast de 2 uren lichamelijke opvoeding uit de basisvorming bieden we voor hen twee extra uren sport aan. In deze module worden enerzijds de sporten die in de lessen lichamelijke opvoeding aan bod komen, uitgediept.
Anderzijds maken de leerlingen kennis met nieuwe sporten. Zwemmen, balsporten, tennis en squash, atletiek, turnen, ritmiek en dans  vormen een greep uit het aanbod in het eerste jaar.

Hier wordt dus de mogelijkheid geboden tot een verruiming van de bewegingsvormen die aansluiten bij de bewegingscultuur van de jongeren. Daarbij opent deze module ook de weg naar activiteiten die bewegingssituaties vanuit verschillende invalshoeken benaderen, zoals recreatie, ontspanning, gezondheid, of competitie.

  • Technologie en ict

Technologie en ict kunnen we niet meer wegdenken uit onze maatschappij en het bedrijfsleven. Deze module slaat de weg in van het STEM-verhaal (Science-Technology-Engineering-Mathematics) waarbij techniek, creativiteit en innovatie centraal staan. Wie graag met de handen en het hoofd werkt, vindt hier zeker voldoende uitdaging. De leerlingen leren onder andere:

  • probleemoplossend denken door de eerste stapjes te zetten in het leren programmeren met behulp van LEGO MINDSTORMS
  • hoe ze aan de slag kunnen met enkele (online) computerapplicaties
  • een werkstuk of een ontwerp realiseren en/of presenteren aan medeleerlingen met behulp van presentatiesoftware
  • de basiskennis en -vaardigheden omtrent bepaalde materialen en gereedschappen
  • werken aan een aantal attitudes zoals: stiptheid, veiligheid, kritische ingesteldheid, samenwerken…
  • hun eigen talenten ontdekken en beroepen die hierbij aansluiten.
  • Wetenschappen

De leerlingen leren werken volgens de wetenschappelijke methode en hanteren hierbij typische vaardigheden. In de module wetenschappen staat het woord “onderzoeken” centraal. Vanuit een onderzoeksvraag worden leerlingen ondergedompeld in de wondere wereld van observeren en experimenteren. Het wetenschappelijk onderzoek zal hen de middelen aanreiken om de natuur rondom hen beter te begrijpen. Deze module zal niet enkel de interesse voor de natuurwetenschappen prikkelen, maar de leerling ook begeleiden bij hun eerste stap in een laboratorium.

Ook bij de waarnemingen op het terrein krijgen ze interesse voor de levende wereld. We maken hen milieubewust en we ontwikkelen samen met hen bewondering en verwondering voor de natuur.

De module bevat twee grote delen:

– leven doet leven
– bouwstenen van organismen en de materie

  • Wiskunde anders bekeken

Waarom zegt Dr. Sheldon Cooper in de serie “The Big Bang Theory” dat 73 het beste getal is? Waarom heeft een bepaalde cicadensoort (krekel) een voorkeur voor het priemgetal 17? Hoe maak je de rondste voetbal ter wereld? Waar in Parijs vind je een vierdimensionale kubus? Wat is het verband tussen Escher en het paleis Alhambra? Wat heeft de film ‘The Imitation Game’ over Alan Turing en het breken van codes in WO II met priemgetallen gemeen?

Wordt de leerling geprikkeld door al deze vragen, dan is de module ‘wiskunde anders bekeken’ beslist iets voor hem/haar. Deze inleidende vraagjes zijn onderzoeksvragen die leiden tot een klein wiskundig onderzoekje, waarbij ook enkele abstracte concepten aan bod komen. Via spelvormen, onderzoeksvragen en alternatieve didactische werkvormen vergroot de leerling de kennis van en de passie voor de wiskunde. We zetten in op probleemoplossende vaardigheden zodat de leerling door creatief toepassen van zoekstrategieën een antwoord vindt op allerlei wiskundige problemen. Zowel problemen met wortels in de realiteit als abstractere problemen komen aan bod.

Kortom, in deze module ontdekt de leerling op een speelse en actieve manier zijn of haar talent voor wiskunde.

  •  Ecologie en groenbeheer

Vanuit ons groene kader was het oprichten van een module over duurzaamheid in al zijn facetten niet meer dan logisch. In deze module, die de naam ecologie en groenbeheer krijgt, gaan we op zoek naar een evenwicht of een harmonisch samengaan van plant, dier en mens. De laatste jaren is het groenbeheer sterk geëvolueerd. Dit zorgt ervoor dat de beheerders van dit groen voor uitdagingen geplaatst worden: want meer groen, met meer zorg, is niet altijd eenvoudig te beheren. De natuur op ons schooldomein staat dicht bij ons. We willen hiervan profiteren en proberen via deze module voor plant, dier en onszelf een plaatsje te vinden. De leerlingen die deze module volgen, willen we bewuster stimuleren om de (school)omgeving op een meer duurzame en ecologische manier aan te pakken. Er kan bijvoorbeeld een natuurleerpad, met sportieve elementen, gefaseerd worden uitgebouwd, waar het theoretisch kader hand in hand gaat met de uitwerking in de praktijk. We pakken dit concreet aan door meer en nieuwe groenvormen in de tuin aan te leggen, nestkasten en insectenhotels bouwen (vakoverschrijdend met technologie), aanleggen en onderhoud van een vijver, op een verantwoorde manier knotten en snoeien van struiken en bomen, telling en inventarisatie van organismen, verantwoorden voederen van dieren, enz.

Drie pijlers vormen de basis:

· het behoud en de versterking van de natuurwaarden

· de bescherming van het leefmilieu,

· de (maatschappelijke) noden.

We vertrekken daarbij altijd van drie basisprincipes: duurzaamheid, diversiteit en dynamiek. Met duurzaamheid wordt onder meer bedoeld dat een groenelement ook (een) groen moet blijven en dat we telkens de sprong maken naar duurzaamheid: duurzaam m.b.t. het milieu, het product en de ontwikkeling. Diversiteit betekent dat de verschillende functies (sport, ontspanning, natuurbeleving, sportbeoefening…) die aan groen worden toebedeeld ook kunnen worden vervuld. Daarnaast moet er zoveel mogelijk diversiteit zijn in soorten (biodiversiteit) en structuur (afwisseling bomen-struiken-gras-water-…). Dynamiek houdt in dat er bij het groenbeheer oog moet zijn voor de wensen van de gebruikers.

De module Ecologie en groenbeheer wordt enkel in het tweede semester ingericht voor maximaal 15 leerlingen.

  • Remediëringsmodules: TBOOST en WBOOST voor het 1ste jaar

De klassenraad kan in december de leerling doorverwijzen naar een remediëringsmodule in het tweede semester voor taal (TBOOST) of wiskunde (WBOOST) indien de leerling daar extra nood aan zou hebben. We voorzien 1 groep van maximaal 15 leerlingen. De remediëringsmodules worden in het tweede semester gegeven. Leerlingen kunnen voor deze modules nog niet kiezen in het eerste semester.