Studierichtingen tweede jaar

In het tweede jaar bestaat de basisvorming uit 26 uren en het optioneel gedeelte uit 6 uren. U heeft opnieuw de keuze uit 6 verschillende opties van telkens zes uur extra. Zo heeft uw kind 32 uren per week les.

In het tweede jaar kan u kiezen uit de volgende zes opties:

  • Latijn – wetenschappen
    – 4 uur Latijn
    – 2 uur wetenschappelijk werk
  • Grieks – Latijn:
    – 4 uur Latijn
    – 2 uur Grieks
  • Moderne wetenschappen – wiskunde boost:
    – 2 uur economie
    – 2 uur wetenschappelijk werk
    – 1 uur cultuurproject
    – 1 uur wiskunde boost (extra ondersteuning)
  • Moderne wetenschappen – wiskunde anders bekeken:
    – 2 uur economie
    – 2 uur wetenschappelijk werk
    – 1 uur cultuurproject
    – 1 uur wiskunde WAB (extra uitdaging)
  • Moderne wetenschappen – sport:
    – 2 uur economie
    – 2 uur wetenschappelijk werk
    – 2 uur sport
  • Moderne Wetenschappen – welzijn en samenleving
    – 2 uur economie
    – 2 uur wetenschappelijk werk
    – 1 uur cultuurproject
    – 1 uur welzijn en samenleving

In het eerste jaar laten we onze leerlingen kennis maken met verschillende interessevelden via de modules, zodat ze een keuze kunnen maken voor het tweede jaar. Daarom zijn er nu geen modules meer, maar wel verschillende opties, die het hele jaar doorlopen. De optiemogelijkheden ziet u hierboven, de uitleg van de verschillende optievakken krijgt u hieronder. Waar de optievakken dezelfde zijn als die uit het eerste jaar, kan u de uitleg daar nalezen.

  • Economie

Het vak economie in de eerste graad is voor de leerling een eerste kennismaking met het economisch gebeuren. De optie economie wordt opgevat als een smaakmaker en een voorafspiegeling voor de pool economie in de tweede en derde graad.

De leerlingen worden geboeid door de interactieve en probleemoplossende aanpak en de grote zelfactiviteit. De leerling zal dus eerder kennismaken met de economische realiteit door het uitvoeren van opdrachten, het argumenteren van standpunten, het confronteren met andere opvattingen en het stimuleren van de creativiteit, dan pure kennis en economische theorieën uit het hoofd te moeten keren. Door deze aanpak, het gebruik van actuele informatiebronnen en contacten met de realiteit krijgen de leerlingen  een genuanceerd en ruim beeld van de huidige samenleving.
De lessen in de socio-economische verkenning willen de leerlingen de eerste stappen laten zetten in de wereld van de economie. Op basis van een aantal concrete items wordt deze boeiende maar toch complexe wereld verkend en belicht. Op deze wijze zal de leerling een concreet inzicht krijgen in de economische relaties en zal zijn woordenschat verruimen met een aantal specifieke economische termen en begrippen. Hij leert voor zichzelf uitmaken of hij de vereiste aanleg heeft en voldoende interesse kan opbrengen om te kiezen voor een economische studierichting. De volgende onderwerpen komen o.a. aan bod: sparen en consumeren, lenen, bedrijven, rol van de overheid en internationale handel.

  • Grieks

Voor de leerlingen die belangstelling tonen voor een andere taal, cultuur, de schoonheid van kunst, een rijke geschiedenis met boeiende verhalen: de Griekse oudheid heeft het allemaal. Nog veel meer dan bij de Romeinen liggen de wortels van onze westerse wereld bij de Grieken. De leerling ontdekt en leert welke enorme invloed de Grieken hebben gehad op ons moderne leven en hoe zij de bouwstenen hebben gelegd van ons doen en denken.

De optie Grieks biedt een grote meerwaarde, omdat ze terugkeert naar de bron en de leerling de rijkdommen laat zien van een toonaangevende beschaving.

In deze optie komen de volgende items en vaardigheden aan bod:

  • Grieks leren lezen en schrijven. Geen verloren moeite, want het Griekse alfabet uit de oudheid wordt vandaag nog steeds gebruikt in Griekenland.
  • Sport: waarom waren de Grieken zo sportief, welke sporten waren populair? Waarom houden wij nog altijd de ‘Olympische’ spelen? Wist je dat triatlon, pentatlon, stadion, decathlon, marathon, … stuk voor stuk Griekse woorden zijn?
  • Mythologie: geen enkel westers volk had zoveel inspiratie en onvergankelijke fantasie als de Grieken.
  • Theater: de ‘filmwereld’ van de Grieken. Ware thrillers en de gekste komedies! De leerling leest en hoort de meest originele verhalen die vandaag nog altijd schrijvers en filmregisseurs blijven inspireren. Bovendien hebben de Griekse intriges ook vele sporen nagelaten in ons moderne taalgoed.
  • Democratie, filosofie en geneeskunde: de antieke sociale waarden, wijsgerige ideeën en ethische vragen zijn tijdloos. Ze geven een beter inzicht in de multiculturele samenleving van vandaag en sporen aan tot interessante, kritische gesprekken.
  • Verwerven van Griekse woordenschat en de beginselen van de Griekse grammatica. Wie reeds Latijn heeft geleerd in het 1ste jaar, kan dit vlot aan. We analyseren Nederlandse woorden van Griekse oorsprong, zoals xenofobie, filantroop, ecologie, prototype, pandemie, oftalmoloog, metabolisme… We ontdekken hoe het Grieks aan de basis ligt van de moderne wetenschappelijke terminologie.
  • Grieks leren is tegelijk ook inzicht krijgen in de techniek van een taal. Dankzij de kennis van het Grieks, naast het Latijn, kan de leerling nog gemakkelijker omgaan met Engels, Frans en later ook met Duits en Spaans. Meer dan de helft van alle woorden uit deze talen komt immers van het Latijn en van het Grieks.

De optie Grieks is echt een boost voor talenkennis.

  • Welzijn en samenleving

De module welzijn en samenleving begeleidt de leerlingen in het ontwikkelen van een kritische kijk op de maatschappij. Hierbij nemen we de dwingende invloed van de economie en de media op onze maatschappij onder de loep. Verschillende actuele thema’s komen aan bod en de leerlingen trachten deze zelf kritisch in kaart te brengen. Enkele vragen waarover we ons in deze optie buigen: wat is vooruitgang? Hoe belangrijk is het Bruto Nationaal Geluk (BNG)? Wat leren we van het Scandinavische maatschappijmodel? Welke rol speelt migratie in onze maatschappij? Ik consumeer, dus ik ben?

Hoe bepalen de media met welke bril wij naar de maatschappij kijken? Hoe traditioneel zijn onze verwachtingspatronen? Welke rolmodellen mist onze maatschappij? Welke kansen biedt de vergrijzing?

We gaan zelf aan de slag met het materiaal en worden uitgedaagd de maatschappij vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. We leren bronnen te (dubbel)checken, gaan de straat op om mensen te interviewen, benaderen een thema via een rollenspel vanuit verschillende standpunten, debatteren …

  • Wetenschappelijk werk

De leerlingen leren werken volgens de wetenschappelijke methode en hanteren hierbij typische vaardigheden. In de module wetenschappen staat het woord “onderzoeken” centraal. Vanuit een onderzoeksvraag worden leerlingen ondergedompeld in de wondere wereld van observeren en experimenteren. Het wetenschappelijk onderzoek zal hen de middelen aanreiken om de natuur rondom hen beter te begrijpen. Deze module zal niet enkel de interesse voor de natuurwetenschappen prikkelen, maar zal de leerling ook begeleiden bij hun eerste stappen in een laboratorium.

Ook bij de waarnemingen op het terrein krijgen ze interesse voor de levende wereld. We maken hen milieubewust en we ontwikkelen samen met hen bewondering en verwondering voor de natuur.

In het tweede jaar worden de volgende delen uitgediept:

– organismen en hun biotoop;
– energie: de zon, bron van alle leven;
– energie-uitwisseling en stofomzetting in de materie.

  • Wiskunde boost

Heeft de leerling de basisvaardigheden wiskunde niet meteen onder de knie? Kan hij een extra duwtje in de rug gebruiken of behaalde hij een laag eindexamenresultaat voor wiskunde in het eerste jaar, dan is ‘wiskunde boost’ iets voor hem. Tijdens de optie wiskunde boost wordt er onder andere gewerkt aan algebraïsche vaardigheden en wordt de geziene leerstof extra ingeoefend. De leerling krijgt hierdoor ook extra tijd om de leerstof te verwerken. Deze extra ondersteuning werkt motiverend en verhoogt het zelfvertrouwen voor wiskunde. Ondertussen wordt er ook gewerkt aan de studiehouding van de leerling. Met wiskunde boost wordt iedereen overtuigd dat we wiskunde kunnen leren.