Studierichtingen tweede jaar (vernieuwd)

In het eerste jaar laten we onze leerlingen kennis maken met verschillende interessevelden via de modules, zodat ze een gerichtere keuze kunnen maken voor het tweede jaar.

In het tweede jaar zijn er geen modules meer, maar hebben de leerlingen naast de 25 uren basisvorming de keuze tussen drie verschillende basisopties, die het hele jaar doorlopen.

Daarnaast is er nog plaats voor twee uren differentiatie:  al naargelang de gekozen basisoptie bieden we 2 uur wetenschappen aan, 2 uur sport of een keuze van twee uur uit een extra uur Nederlands (remediërend of verdiepend), een extra uur wiskunde (remediërend of verdiepend) of een uur cultuur en maatschappij.

De gekozen basisoptie en differentiatie hebben geen invloed op de studiekeuze naar het derde jaar toe: alle mogelijkheden blijven steeds open voor iedereen, ongeacht wat je in het tweede jaar gekozen hebt.

Na het kiezen van een basisoptie maken de leerlingen nog een keuze in het differentiatiepakket. Er worden bij elke basisoptie twee mogelijkheden aangeboden: ofwel ga je voor een pakket van een plusuur wiskunde, een plusuur Nederlands en een uur cultuur en maatschappij, waaruit je twee uur kiest van de drie. Ofwel bestaat de mogelijkheid dat leerlingen die klassieke talen kiezen twee uur wetenschappen kunnen volgen en dat leerlingen die kiezen voor de basisoptie moderne talen en wetenschappen of stem-wetenschappen kunnen kiezen voor 2 uur sport.

Voor het differentiatiepakket kan de klassenraad na het eerste jaar verplichten om voor wiskunde en/of Nederlands een remediërend traject te volgen. Dit kan ook na advies van de klassenraad van het tweede jaar in december.

Het is principieel niet mogelijk om van basisoptie te wisselen: de keuze die je in het begin maakt, ligt vast voor een volledig schooljaar. De keuze van differentiatie kan wel veranderd worden na advies van de klassenraad of na een gesprek met de ouders en de leerling.
Let wel: alle mogelijkheden naar de tweede graad blijven steeds open voor iedereen, ongeacht wat je in het tweede jaar gekozen hebt.

  • KLASSIEKE TALEN

Wil je de interessante aspecten van de klassieke taal en cultuur bestuderen, dan ben je hier aan het goede adres. Je bekijkt hoe de Grieken en Romeinen leefden, hoe ze hun goden vereerden, hoe ze hun feesten organiseerden, welke sporten ze beoefenden, welke wiskundige en wetenschappelijke ontdekkingen ze deden, hoe ze met elkaar communiceerden en nog zoveel meer. Je bestudeert niet alleen de taal, maar ook de samenleving en cultuur van de Griekse en Romeinse oudheid. Alleen kan je de Romeinen niet loskoppelen van de Grieken, en daarom krijg je in het tweede jaar ook een kennismaking met het Grieks. Hierbij leer je natuurlijk het alfabet, maar gaan we vooral in op de relatie tussen de Grieken en Romeinen.

Het besef dat mensen in de klassieke oudheid zich dezelfde vragen stelden als wij, maar dat de antwoorden vaak heel verschillend waren, maakt de klassieke oudheid zowel vertrouwd als vreemd. De confrontatie met wat anders is, verruimt je horizon en hierdoor leer je je eigen, vanzelfsprekend geachte opvattingen en gevoelens in vraag te stellen.

  • MODERNE TALEN—WETENSCHAPPEN

Wil je verdiepen in interessante componenten van zowel de moderne talen als de exacte wetenschappen, dan is deze basisoptie geknipt voor jou. Je verkent de samenleving aan de hand van taal: zoveel mensen, zoveel verschillende talen… Waar komen al die verschillen vandaan en waar dienen ze toe? Hoezeer lijken alle talen en culturen op elkaar? Op welke punten vinden de moderne talen en taalvariëteiten elkaar? Hoe verruimen we ons wereldbeeld via fictie? Hoe verbreden we onze woordenschat door meer te lezen? Chillen met een boek in een hoek, vallen voor een film, fijnproeven van de taal van diverse groepen en bekijken wat die taal met ons doet om erbij te horen, ‘kilometers maken’ in het Nederlands, Engels en Frans…

De wetenschappelijke kant van deze basisoptie kan op verschillende manieren uitnodigen om talen in te zetten. Bijten we ons vast in een Engelse wetenschappelijke tekst? En op welke manier is wetenschap ook een ontdekkingstocht in taal?

Door te experimenteren, te observeren, terreinonderzoek uit te voeren, informatie te verwerven en te verwerken leer je ook  om te gaan met wetenschappelijke vaardigheden. Zo kom je tot betrouwbare en verifieerbare verklaringen voor de onderzochte verschijnselen.

  • STEM—WETENSCHAPPEN

‘Doordacht denken en doen met wetenschappen’

Stel  je je wel eens de vraag hoe een natuurfenomeen of een toestel werkt? Experimenteer je graag zelf? Wil je je uitvinding zelf écht maken? Dan zit je goed in de basisoptie STEM-wetenschappen.

Om inspiratie op te doen zal je systemen onderzoeken die je dagelijks tegenkomt. Je gebruikt hiervoor wiskunde en wetenschappen.  In de STEM-wetenschappen leer je je eigen systeem te bedenken (ontwerpen) en je zet daar met overtuiging je creativiteit voor in. Hierbij word je uitgedaagd om zelf te onderzoeken welke keuzes je kan maken (welke grondstoffen, gereedschappen, machines … zal je gebruiken). Je zal je eigen systeem op een veilige en doordachte manier maken.  Met het uittesten en, indien nodig, het verbeteren van je systeem maak je de cirkel rond.

Om de taal van de wetenschappen te leren begrijpen leer je ook handleidingen, plannen, tekeningen … lezen.

Bij STEM-wetenschappen ligt de nadruk eerder op het onderzoeken, maar we gaan het ontwerpen zeker niet uit de weg. Want een echte denker en doener benut al zijn talenten.

Wanneer je kennis hebt gemaakt met al deze mogelijkheden, zal je al een heel ander beeld hebben van alle beroeps- en studiemogelijkheden waarbij je deze talenten kan inzetten. Met deze basisoptie word je uitgenodigd om met je leraren op weg te gaan en je talenten binnen STEM-wetenschappen te ontdekken en verder te ontwikkelen.