Studierichtingen eerste jaar

Het GO! atheneum Mariakerke is een ASO-school: dat wil zeggen dat wij enkel een A-stroom aanbieden. Naast de basisvorming van 27 lesuren zijn er 5 uren “vrije ruimte”. Deze vrije ruimte vullen we in door het inrichten van modules. Deze modules worden in het eerste jaar halfjaarlijks, voor 2×2 lesuren per week, gegeven.

We vinden het als school belangrijk dat de leerlingen de overstap van de basisschool vlot verwerken en goed georiënteerd de tweede graad kunnen aanvatten, vandaar dat we in de eerst graad de leerlingen nog geen definitieve studiekeuze laten maken. We willen samen met hen hun talenten ontdekken en mits een doordachte studiekeuzebegeleiding hun zelfbewustzijn mee ontplooien.

Eerste graad: talenten ontdekken

Per graad willen we de klemtoon leggen op talenten: in de eerste graad willen we meer inzetten op talenten ontdekken.

Naast de basisvorming van 27 lesuren bieden we 5 uren complementair aan. Van deze 5 uren zijn er 4 uren door de leerling vrij te kiezen en wordt 1 uur ingevuld door de school. De modules (keuze voor 4 uren) die we aanbieden sedert het schooljaar 2016-2017 blijven we behouden. Het vijfde complementaire uur werken alle leerlingen van het eerste jaar aan leersleutels. In dit uur zal de leerlingenbegeleiding deels werken aan leren leren, leren plannen en leren kiezen in het teken van onderwijsloopbaanbegeleiding. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan burgerschap en hoe we samen in het leven staan.

Zoals voorheen zetten we in op een aangepast en uitgebreid modulair studie-aanbod met een brede eerste graad. Het is dus de bedoeling dat de leerlingen kunnen proeven van verschillende vakgebieden voor ze hun studiekeuze bepalen.

Om dit te realiseren maken we gebruik van vier complementaire uren in de lessentabellen van het eerste jaar. Deze splitsen we per semester op in modules van twee uur, waaruit de leerlingen kunnen kiezen op basis van hun interesse.

De belangrijkste voordelen ervan zijn:

  •  een tussenschakel te vormen tussen de basisschool en de tweede graad;
  • de oriëntering van leerlingen in functie van hun talenten en interesses met als doel de leerlingen goed georiënteerd de tweede graad te laten aanvangen. Dit verhoogt niet alleen het welbevinden. Er wordt ook een grotere leerwinst bekomen.
  • de leerlingen maken meer kans op het succesvol voltooien van hun studie;
  • de leerlingen bijstaan in het maken van bewuste keuzes voor hun verdere studies;
  • een boeiende en veilige leeromgeving aan te bieden.

Mochten we immers merken tijdens de klassenraden van december dat een leerling extra steun kan gebruiken voor taal of wiskunde, dan kan de klassenraad de leerling verplichten om in het tweede semester de gekozen module niet te volgen maar wel de module W(iskunde)BOOST of T(aal)BOOST te volgen vanaf het tweede semester. Op die manier kan de leerling worden geremedieerd voor deze vakken.

(*) Er wordt voor de vakken (Frans 3+1, Nederlands 4+1 en wiskunde 4+1) gewerkt met “plus”-uren binnen de basisvorming: tijdens dit plus-uur organiseren we extra begeleiding voor de leerlingen (externe differentiatie). Elke leerling kan tijdens het plus-uur bepaalde leerinhouden herbekijken of uitdiepen. Tijdens dit uurtje worden de leerlingen ondergebracht in verschillende groepen uit de verschillende klassen op basis van bijvoorbeeld niveau, prestatie, onderwijsbehoefte of belangstelling. Tijdens de gewone lesuren voor deze vakken en ook voor de andere vakken wordt er gewerkt aan interne differentiatie. Onze klassen zijn heterogene groepen. Bij interne differentiatie wordt er binnen een klas al rekening gehouden verschillende niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen.

Alle vakken in het cursief worden permanent geëvalueerd.

Naast de vaste basisvorming krijgt elke klas een lesuur leersleutels. Volgende aspecten komen aan bod: leren leren, leefsleutels, actief burgerschap, leren kiezen en loopbaanbegeleiding.

Daarnaast heeft u de keuze tussen verschillende modules voor de resterende vier uur (alle modules in het keuzegedeelte worden permanent geëvalueerd):

  • Latijn 4u beide semesters
  • Latijn 2u beide semesters + module 1ste semester + module 2de semester (2 verschillende modules kiezen)
  • 2 modules 1ste semester + 2 modules 2de semester (4 verschillende modules kiezen). U heeft de keuze uit zeven verschillende modules, die verder op deze pagina toegelicht worden.
  1. cultuur en filosofie
  2. duurzaam ondernemen
  3. ecologie en groenbeheer
  4. sport
  5. technologie en ict
  6. wetenschappen
  7. wiskunde anders bekeken

De klassenraad kan in december de leerling doorverwijzen naar een remediëringsmodule in het tweede semester voor taal (TBOOST) of wiskunde (WBOOST) indien de leerling daar extra nood aan zou hebben. We voorzien 1 groep van maximaal 15 leerlingen. De remediëringsmodules worden in het tweede semester gegeven. Leerlingen kunnen voor deze modules niet kiezen in het eerste semester.

De module Ecologie en groenbeheer wordt enkel in het tweede semester ingericht voor maximaal 15 leerlingen.

 

 

  •  Latijn

Latijn in de eerste graad

De module Latijn wordt in twee vormen aangeboden: de klassieke vorm van vier uur per week of een module van twee uur per week, in combinatie met een andere module. Op die manier kan je zowel van het Latijn proeven, als van twee andere interessevelden. Wat je culturele achtergrond ook is,  de module Latijn staat open voor iedereen. De enige vereisten zijn een brede interesse,  een stevige dosis doorzettingsvermogen en een gezonde portie nieuwsgierigheid. De module van 2 uur Latijn per week vormt de basis, in de 4 uur gaan we grondiger in op de grammatica, maken we meer oefeningen en zien we vooral meer verhalen en meer cultuur.

Vanaf het tweede jaar kunnen de leerlingen dan voluit voor het Latijn gaan in de basisoptie Klassieke Talen.  We maken hierbij twee groepen: de leerlingen die uit de twee uur komen, vormen één groep, de leerlingen uit de vier uur een andere groep. Zo kan elke leerling op eigen tempo de leerplandoelstellingen behalen en hebben de leerlingen die uit de vier uur komen, opnieuw meer ruimte voor cultuur en lectuur. In de tweede graad starten alle Latinisten met dezelfde vaardigheden.
Daarnaast wordt er in het tweede jaar ook elke week een uurtje Grieks gegeven als kennismaking.

De module Latijn (4u/2u) heeft twee belangrijke onderdelen: de studie van een taal, het Latijn, en het bestuderen van de Romeinse cultuur en haar verspreiding. Eeuwenlang speelde Latijn een even grote rol als het Engels nu. De Romeinen hebben dan ook een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van de Europese beschaving. Daarom is het nog steeds nuttig en interessant om Latijn te leren.

Hoe gaan we te werk in deze module?

– Eerst en vooral is er de taalstudie: met heel toegankelijke, authentieke Latijnse tekstjes leert de leerling deze mooie taal kennen. Al gauw komt het inzicht dat ze anders te werk gaat dan het Nederlands. De Latijnse grammatica traint in logica, laat de student puzzelen met woorden en bevordert intensief het taalinzicht. Wie thuis is in de Latijnse taalstructuur, leert beter en sneller andere talen. De keuze Latijn-4u biedt hiervoor de sterkste start.

– De leerling bouwt een uitgebreide Latijnse woordenschat op en speelt met zinsvormen en woordsoorten. Omdat de Romaanse talen voortkomen uit het Latijn, wordt het voortaan gemakkelijker om Frans, maar ook bijvoorbeeld Spaans of Italiaans te  leren en te onthouden.  Bovendien stammen veel Engelse woorden van het Latijn. Daarnaast is het Nederlands eveneens rijk aan woorden met Latijnse roots: data, info, agenda, consensus, computer, incognito, transfer … Ook voor niet-Romaanse talen is Latijn een goede basis, omdat het inzicht geeft in de structuur van een taal.

– We focussen op de Romeinse en Griekse cultuur. Latijnse verhalen en boeiend beeldmateriaal introduceren de leerling in de wereld van de kunst, architectuur, archeologie en mythologie. Gevarieerde items komen aan bod: ‘Rome verovert en wordt een wereldrijk’, ‘De Romeinse stempel op het Europa in wording’, ‘School(?), vrije tijd en humor bij de Romeinen’, ‘Mythen en fabels’ …

We leggen steeds de link met onze eigen leefwereld en vinden verbanden tussen het heden en het verleden. De wortels van onze westerse cultuur liggen immers in de antieke wereld.

Op het einde van de eerste graad hebben de leerlingen een basisvocabularium verworven, alle grammatica gezien rond de vorming van substantieven, adjectieven en voornaamwoorden, en de actieve vormen van de werkwoorden.

Onderstaande foto’s zijn van de jaarlijkse uitstap naar het Gallo-Romeinse museum in Velzeke.

 

  • Cultuur en filosofie

Dit is een module voor leerlingen die graag creëren, inspireren en experimenteren. De leerlingen leren zichzelf, de anderen en de wereld op een creatief en filosofische manier kennen. Tijdens de lessen leren leerlingen onder andere hun inzicht vergroten, nadenken, een dialoog opbouwen en gesprekken vorm of richting geven, samenwerken en gemeenschappelijke doelen onderzoeken.

In deze module wordt dus zowel theoretisch als creatief gewerkt en zowel met taal als met cultuur en filosofie. Hiervoor werken onze leerkrachten kunstvakken samen met de collega’s van de taalvakken en eventueel met externe partners. Er kan een gevarieerd project worden uitgewerkt waarin de verschillende disciplines worden gecombineerd. Elk jaar kunnen we voor een nieuw project kiezen. Het kan gaan om het uitwerken van een tentoonstelling, een stadsproject, een klasblog, zolang het filosofisch aspect  er nauw bij betrokken wordt, zoals:

– wat betekent het een mens te zijn?
– wat betekent het man/vrouw te zijn?
– wat betekent het jong te zijn vroeger en nu?
– wat betekent het pijn te hebben?
– wat betekent het om een taal te spreken? Bijvoorbeeld: verschillende vormen van taal, culturele verschillen in taal, spelvormen, communicatie verbaal/ non-verbaal
– wat betekent het om mijzelf te zijn?

Onderstaande beelden zijn van de jaarlijkse uitstap naar Equidream.

  • Duurzaam ondernemen

Deze module neemt de leerlingen mee op ontdekking over duurzame relaties tot het bedrijfsleven, terwijl het creatief ondernemen nooit veraf is. Door een variatie aan thema’s en werkvormen komen de leerlingen meer te weten over de economische wereld waar we deel van uit maken. Een uitdagende module met vele thema’s uit onze hedendaagse samenleving

In deze module kunnen de leerlingen bijvoorbeeld werken aan de volgende thema’s:

    • ondernemen: produceren, eerlijke handel, duurzame energie, een duurzaam personeelsbeleid, coöperatief ondernemen …
    • consumeren: de nadelen van onze wegwerpmaatschappij, ‘consuminderen’, duurzame voeding, duurzame kledij, de ruileconomie, de deeleconomie …
    • transporteren: duurzame mobiliteit (ook in de steden), duurzaam reizen …
    • communiceren
    • samenleven via emancipatie: duurzaam samenleven door gelijkheid, met o.a. emancipatie van vrouwen, holebi’s, etnische minderheden, nieuwkomers, met aandacht voor emancipatiestrategieën (geweldloos verzet, stakingen, demonstraties enz.)

Onderstaande beelden zijn van een les rond recyclage en afvalverwerking.

 

  • Ecologie en groenbeheer

 

Vanuit ons groene kader was het oprichten van de module ecologie en groenbeheer niet meer dan logisch. De natuur op ons schooldomein staat dicht bij ons. We willen hiervan profiteren en proberen via deze module voor plant, dier en onszelf een plaatsje te vinden. De leerlingen die deze module volgen, willen we bewuster stimuleren om de (school)omgeving op een meer duurzame en ecologische manier aan te pakken. We pakken dit concreet aan door bijvoorbeeld meer en nieuwe groenvormen in de tuin aan te leggen, het aanleggen van een beek, wadi en vijver, het maken van een buitenklas en een leerpad in het bos. Groenbeheer houdt in dat we de aanwezige groene ruimte en de bestaande en nieuwe projecten zullen onderhouden.

We leren op een verantwoorde manier: het knotten en snoeien van struiken en bomen, moestuinieren, het planten en zaaien van bloemen en het verwijderen en vervangen van planten die minder bijdragen aan het ecologisch evenwicht en de biodiversiteit.

Drie pijlers vormen de basis:

· het behoud en de versterking van de natuurwaarden,
· de bescherming van het leefmilieu,
· de (maatschappelijke) noden.

We vertrekken daarbij altijd van drie basisprincipes: duurzaamheid, diversiteit en dynamisch. Met duurzaamheid wordt onder meer bedoeld dat een groenelement ook (een) groen moet blijven en dat we telkens de sprong maken naar duurzaamheid: duurzaam m.b.t. het milieu, het product en de ontwikkeling. Diversiteit betekent dat de verschillende functies (natuurbehoud, natuurbeleving en ontspanning) die aan groen worden toebedeeld ook kunnen worden vervuld. Daarnaast moet er zoveel mogelijk diversiteit zijn in soorten (biodiversiteit) en structuur (afwisseling bomen-struiken-gras-water-…).

Dynamisch houdt in dat we dit actief gaan uitvoeren, we zijn tijdens de lessen in beweging. Het betekent ook dat we actief nadenken over de actuele situatie en de veranderende natuur. We passen onze groene ruimte aan en deze groeit en verandert steeds, groenbeheer begeleidt dit groeien en veranderen.

Onderstaande beelden zijn genomen tijdens de lessen op ons schooldomein.

 

  • Sport

 

Dit is een module voor leerlingen met extra sportieve kriebels, want naast de 2 uren lichamelijke opvoeding uit de basisvorming bieden we voor hen twee extra uren sport aan. In deze module worden enerzijds de sporten die in de lessen lichamelijke opvoeding aan bod komen, uitgediept.
Anderzijds maken de leerlingen kennis met nieuwe sporten. Dodge Ball, poull ball, bumball, trampoline, frisbee en veel buiten sporten in de natuur zijn een greep uit het aanbod in het eerste jaar.

Hier wordt dus de mogelijkheid geboden tot een verruiming van de bewegingsvormen die aansluiten bij de bewegingscultuur van de jongeren. Daarbij opent deze module ook de weg naar activiteiten die bewegingssituaties vanuit verschillende invalshoeken benaderen, zoals recreatie, ontspanning, gezondheid, of competitie.

Onderstaande beelden komen uit de verschillende sporten en locaties die tijdens deze module of differentiatie aan bod komen.

  • Technologie en ict

Bij de module ‘Technologie en ICT’ verdiepen we ons in het digitale verhaal van onze samenleving.

Samen gaan we op zoek naar de samenhang tussen hardware en software, en ondertussen leren we zelf basisvormen van software te schrijven. We gaan aan de slag met grote en kleine robotjes en ontwikkelen onze eigen animaties en mini-games. Hierdoor kunnen we de basisprincipes van het schrijven van software, of ‘programmeren’, onder de knie krijgen en alle mogelijkheden hieromtrent ontdekken.

Aangezien niet iedereen meteen een expert kan zijn, werken we met verschillende gradaties van steeds complexer wordende oefeningen per project. Zo kan iedereen aan zijn of haar eigen tempo werken, en kan de reeds verworven expertise van andere leerlingen eenvoudig onderling gedeeld worden.

Hier kan in het tweede middelbaar van onze school op verder gewerkt worden in de STEM-optie.
In de tweede graad vinden we dan het vak ICT terug in de algemene vakken en in de derde graad is er mogelijk tot het opnemen van optie-uren ‘Problem Solving’.
Zo werken we in onze school aan doorlopend ICT-verhaal zodat hier steeds op verder gebouwd kan worden.

Onderstaande beelden zijn uit de lessenreeks over Lego Mindstorms.

 

 

  • Wetenschappen

De leerlingen leren werken volgens de wetenschappelijke methode en hanteren hierbij typische vaardigheden. In de module wetenschappen staat het woord “onderzoeken” centraal. Vanuit een onderzoeksvraag worden leerlingen ondergedompeld in de wondere wereld van observeren en experimenteren. Het wetenschappelijk onderzoek zal hen de middelen aanreiken om de natuur rondom hen beter te begrijpen. Deze module zal niet enkel de interesse voor de natuurwetenschappen prikkelen, maar de leerling ook begeleiden bij hun eerste stap in een laboratorium.

Ook bij de waarnemingen op het terrein krijgen ze interesse voor de levende wereld. We ontwikkelen samen met hen bewondering en verwondering voor de natuur.

De module bevat twee grote delen:

– leven doet leven
– bouwstenen van organismen en de materie.

Onderstaande beelden komen uit verschillende lessen Wetenschappen.

  • Wiskunde anders bekeken

Dat wiskunde meer is dan optellen en aftrekken weet iedereen. Maar dat wiskunde bijna dagdagelijks in ons leven passeert daar staan maar weinig mensen bij stil. In de module WAB gaan we op ontdekkingstocht en leren we bijvoorbeeld op welke manier wiskunde in kunst, muziek en de natuur verwerkt zit, of hoe er zelfs al tijdens WO II codes gekraakt werden met behulp van priemgetallen. Aan de hand van inleidende vragen voeren we kleine wiskundige onderzoekjes, waarbij ook enkele abstracte concepten aan bod komen. Via spelvormen, onderzoeksvragen en alternatieve didactische werkvormen vergroten de leerlingen hun kennis van en hun passie voor wiskunde.

We zetten ook in op probleemoplossende vaardigheden door te werken met een probleem van de week. Hierbij moeten leerlingen op een creatieve manier zoekstrategieën toepassen om antwoorden te vinden. Kortom, in deze module ontdekt de leerling op een speelse en actieve manier zijn of haar talent voor wiskunde!

Onderstaande beelden zijn van de laatste les WAB in 2019.

 

  • Remediëringsmodules: TBOOST en WBOOST voor het 1ste jaar

De klassenraad kan in december de leerling doorverwijzen naar een remediëringsmodule in het tweede semester voor taal (TBOOST) of wiskunde (WBOOST) indien de leerling daar extra nood aan zou hebben. We voorzien 1 groep van maximaal 15 leerlingen. De remediëringsmodules worden in het tweede semester gegeven. Leerlingen kunnen voor deze modules nog niet kiezen in het eerste semester.