Leesclub: “Echt” van Guillaume Van der Stichelen en “Dankbaarheid” van Oliver Sacks

Na een Nederlandstalig bekroond boek, een Engelstalige recente bestseller en een Frans klassiek meesterwerk gooide de leesclub voor de laatste bespreking van dit schooljaar het over de boeg van de non-fictie met twee vrij kleine boeken: “Echt” van Guillaume Van der Stichelen en “Dankbaarheid” van Oliver Sacks.

De bespreking ging meteen van start met de stelling dat Gratitude van Sacks misschien wel op zich een mooi boekje was, maar dat we niet bepaald zo hard onder de indruk waren. Het is de bundeling van vier essays van de neuropsychiater en auteur Oliver Sacks, die hij gepubliceerd heeft nadat hij te weten was gekomen dat hij, op zijn tachtigste, aan een terminale vorm van kanker lijdt. In essentie zijn het vier min of meer opeenvolgende bespiegelingen over zijn eigen leven, waarbij hij terugkijkt op wat hij bereikt heeft, en hoe dankbaar hij daar eigenlijk wel voor is.

Eén en ander leidde tot de vaststelling dat het feit dat je weet dat je nog maar een beperkte tijd te leven hebt, heel anders is voor iemand die de tachtig heeft bereikt, dan voor een veel jonger iemand. Sacks kijkt met voldoening terug op wat hij bereikt heeft, op wat hij achterlaat, wat voor een jonger iemand een pak moeilijker moet zijn, omdat er nog zoveel te doen is, zoveel te beleven, zoveel te beminnen… Een gevoel dat ook heel mooi in dit boekje aanwezig was, is de dankbaarheid voor de leeftijd. Tachtig jaar zijn gaat vaak gepaard met fysieke ongemakken en het nodige geklaag, maar Sacks stelt dat 80 zowat de mooiste leeftijd is. Hij toont duidelijk aan dat ouderdom niet noodzakelijk iets is om bang voor te zijn, wel integendeel.

Het boek van Van der Stichelen weekte duidelijk meer reacties los bij de aanwezigen. Want wat is authenticiteit nu eigenlijk, en waarom hechten we daar inderdaad zo’n belang aan? Waarom is een zelfgekweekte tomaat ‘echter’ dan eentje uit de winkel, en waarom percipiëren we tomaten die nog aan een trosje vasthangen als ‘echter’ dan gewone losse tomaten? Waarom is moestuinieren nu plots zo hip? En waarom zou je per se je eigen kleren maken en die als ‘echter’ beschouwen dan wat je koopt in de winkel?

Guillaume Van der Stichelen stelt zich die vragen doorheen zijn boek op verschillende manieren, terwijl hij eigenlijk ook zijn eigen levensverhaal er doorheen weeft. Dat de man schrijftalent heeft, is overduidelijk: iedereen vond het een zeer aangenaam boek. Maar de passage die het meest indruk heeft gemaakt, is die waarin hij quasi casueel de dood van zijn zoon aanhaalt. Hij schrijft zelf dat hij dat feit niet kan omzeilen – ook al heeft hij daar een ander boek over geschreven – omdat hij zelf niet authentiek zou zijn zonder: het heeft – uiteraard – een enorm impact gehad op zijn persoonlijkheid. Maar hij stelt ook dat hij het bijzonder moeilijk had met de wensen van ‘sterkte’ die hij toen voortdurend kreeg. Hij wilde geen individuele sterkte, hij wilde “mede-leven van vrienden, buren, familie. De pijn in hun ogen. De wil om je verdriet mee te dragen.”

Zijn deze boeken volgens ons aanraders? Sacks is mooi, maar heeft geen diepe indruk nagelaten. Het boek van Van der Stichelen daarentegen wel: mevrouw Devreese gaat het zelfs cadeau doen aan bepaalde familieleden. U weet dus wat gelezen deze zomer.

Aansluitend bespraken we de suggesties voor volgend jaar die binnengekomen waren, en die laten we nog even bezinken. Maar wees gerust, we gaan nog voor de grote vakantie een beslissing nemen over wat we volgend jaar willen lezen, zodat ook u de vakantie kan gebruiken om mee te lezen. Want ja, u bent ook volgend jaar nog steeds van harte welkom om met ons mee te denken over grote en kleine literatuur.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.